donderdag 11 oktober 2012

De co-existentie van determinisme en de vrije wil


Als sinds lange tijd bestaat er controverse over het bestaan van de vrije wil. Binnen dit debat zijn verschillende stromingen actief. Deterministen zijn overtuigd van oorzakelijkheid, de theorie dat gebeurtenissen plaatsvinden als gevolg van bepaalde andere gebeurtenissen die daaraan vooraf gegaan zijn. Het metafysisch libertarisme beweert dat de deterministen fout zitten en vrije wil weldegelijk kan bestaan. In dit betoog zal beredeneerd worden waarom vrije wil kan bestaan maar determinisme daarmee niet wordt uitgesloten; de compatibilistische visie.

De eerste reden voor het bestaan van vrije wil is het feit dat mensen niet steeds in dezelfde situatie dezelfde keuze maken. Deze bewering van Tibor R. Machan, Ph.D. filosofie aan de Universiteit van Auburn, wordt vaak weerlegd door deterministen die beweren dat keuzes worden beïnvloed door omgevingsfactoren. Volgens Machan is dit geen argument tegen vrije wil. Ondanks dat mensen gevormd worden door elementen zoals bijvoorbeeld cultuur kunnen  mensen twijfelen bij het maken van de keuze en hebben zij dus keuzevrijheid.

Een volgende reden die vaker terugkomt, maar met name wordt omschreven door een auteur van logical-critical-thinking.com is het feit dat nog nooit is aangetoond dat in 100% van de gevallen vrije wil is uitgesloten. Ook al zou maar bij slechts 1% de vrije wil een rol spelen, dan kan hij dus bestaan.

Een derde reden voor het bestaan van vrije wil komt vanuit Stanford University. In een artikel op hun website geven zij aan dat er geen eenduidige definitie bestaat van het begrip vrije wil. Het is een filosofische kwestie die beter te omschrijven is aan de hand van een aantal concepten. Doordat er geen eenduidige definitie gegeven kan worden kan niet worden beweert dat vrije wil per definitie niet bestaat.

Het rechtssysteem is gebaseerd op de aanname dat vrije wil bestaat. Als iemand niet kan beslissen wat hij of zij doet, dan kun je deze persoon niet verantwoordelijk houden voor zijn of haar daden. Ondanks dat mensen ogenschijnlijk geen keuzes kunnen maken die niet rationeel verklaarbaar zijn hebben we een rechtssysteem dat gebaseerd is op dit gegeven. Theo de Roos, hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Universiteit van Tilburg zet dan ook zijn vraagtekens bij de opvatting van Victor Lamme die het boek “de vrije wil bestaat niet” schreef. Gordon Orloff, advocaat en auteur van meerdere stukken over de vrije wil vindt echter niet dat men kan beweren dat de vrije wil bestaat, puur en alleen omdat deze vaak in verband wordt gebracht met acties die men uitvoert.

Een argument met een theologische basis komt van filosoof Desiderius Erasmus. Hij beweert dat de stijd om de macht over onszelf geen strijd is tussen God en Satan. De stijd voltrekt zich niet volledig buiten de mens om en het is ondenkbaar dat er enkel goddelijke genade bestaat.

Een belangrijk argument tegen het bestaan van de vrije wil is oorzakelijkheid of constant conjunction. Hierbij wordt beweerd dat alle gebeurtenissen op noodzakelijke wijze bepaald worden door één of meerdere oorzaken. filosoof David Hume ondersteunt dit door te beweren dat de indruk die de oorzaak achterlaat ons aan het gevolg doet denken en hiermee een verwachting creëert.

Als argument tegen het bestaan van vrije wil wordt ook gegeven dat de mens enkel een fysiologisch en zelfs voorspelbaar geheel is. Zo bewees Prof. Dr. John-Dylan Haynes, werkzaam bij het Bernstein Center for Computational Neuroscience dat sommige keuzes al enkele seconden voor het daadwerkelijke gedrag worden gemaakt. Dit wil echter niet zeggen dat dit bij alle gebeurtenissen zo is. Bij uitstek in het verkeer doen zich regelmatig situaties voor waarop direct moet worden gereageerd.

Nog een tegenargument kan worden gehaald uit de Sapir-Whorfhypothese. Deze hypothese, opgesteld door Edward Sapir en Benjamin Lee Whorf stelt dat de perceptie van de wereld om ons heen erg sterk samenhangt met de taal die men spreekt. Hieruit kan men afleiden dat ieder persoon een referentiekader heeft waarbinnen hij of zij keuzes kan maken. Mensen kunnen echter, zoals gezegd door Machan, nog steeds over deze keuzes twijfelen.

Na verschillende visies te hebben bestudeerd, kunnen we concluderen dat er niet één eenduidige definitie voor het begrip vrije wil bestaat. Hier komt nog bij dat er geen empirisch bewijs tegen of voor het bestaan van vrije wil bestaat. Kortom, het innemen van een standpunt over het wel of niet bestaan van vrije wil is lastig. Vandaar de tussenweg: de compatibilistische visie. In deze zienswijze zijn vrije wil en determinisme beide opgenomen en vormen samen de volgende gedachte: Vrijheid kan aanwezig of afwezig zijn in situaties die niets met metafysica te maken hebben. Compatibilisten zien vrijheid als handelen zonder directe invloed van anderen. De motivatie van de handeling is echter gedetermineerd.

Dirk van Iersel en Kevin Hoes

woensdag 5 oktober 2011

Horen, zien en spreken.


“Speel nummers van Nirvana af…… Nick bellen, mobiel.” Dat gebeurt me nou zo vaak. Fijn hoor, stembediening op de iPhone. Een beetje wind of niet precies in de microfoon spreken is vaak al voldoende om je mobiele vriend iets heel anders te laten verstaan, met alle gevolgen van dien.

Ik vraag me dan ook af, luistert Tim Cook geen Nirvana of maakt hij helemaal geen gebruik van stembediening dat het zo lang heeft moeten duren tot Apple dacht: “Dit gaan we beter doen.”

Gelukkig doet Apple het wel in één keer een heel stuk beter en zet samen met de iPhone 4S ook Siri op de markt, als onderdeel van iOS 5. Siri is in tegenstelling tot traditionele spraakherkenning een vorm van kunstmatige intelligentie die spraakcommando’s kan herkennen. Het schijnt zelfs zo te zijn dat je tegen je iPhone kan praten alsof je het tegen derden hebt. Spraakcommando’s krijgen met mogelijkheden als “do i need an umbrella today?” wel een heel andere betekenis.

Siri leert van de gebruiker, herkent patronen en zal dus steeds intelligenter worden. Mijn mening: de toekomst van de user-interface is vanaf dit moment niet meer te voorspellen. Blijven we lekker touchscreen-en of vormen we langzamerhand zo’n vertrouwensband met ons mobiele maatje dat we straks niet eens meer nadenken over de interactie…

donderdag 29 september 2011

Gemak dient de mens. Het patent de portemonnee.


Voedsel, geloof, olie, kernwapens, patenten. Dit is naar mijn idee de regenboog van onderwerpen waaraan we onze oorlogen de afgelopen millenia hebben besteed. Gelijk hebben of gelijk krijgen hebben elkaar daarin volgens mij nog nooit de hand kunnen schudden. Wanneer gaat dit nu eindelijk eens gebeuren?

Een patent zou naar mijn idee het teken moeten zijn van intellectueel eigendom, niet van een dikke portemonnee. Toch duurt de patentenoorlog maar door en door. Bedrijven kopen bedrijven om patenten te hebben en zo uiteindelijk meer winst te kunnen maken. Maar zijn we hierdoor niet een beetje de essentie van vooruitgang verloren?

Moet ik als consument niet vrij zijn om te kunnen kiezen voor het product dat precies bij mij aansluit? Volgens de grote bazen in de geldwereld niet. "Vormt de één een dreiging, dan gaan we het proberen te verbieden. Ik weet uiteindelijk natuurlijk wat het beste is voor de klant, want ik ben koploper in innovatie!"

Prima dat je meedenkt en leuk dat je nieuwe dingen verzint, maar mag ik alsjeblieft wel zelf de put kiezen waarin ik mijn geld gooi. Die van jou mag dan twee keer zo groot zijn, maar misschien wil ik wel een blauwe!

dinsdag 27 september 2011

De missende schakel.



We hebben social media en we hebben mobile devices. Steeds meer mensen gaan online aan de slag en maken van deze relatief nieuwe fenomenen gebruik in hun workflow. Prive, in het bedrijfsleven en in projecten. Een groot voordeel van social media, een steeds groter wordende manier van communiceren, is het delen van alles dat je wil. Zonder enig probleem zet ik foto’s, video’s, muziek of geolocaties online en deel deze zo met wie ik maar wil, waar diegene zich ook bevind. Web 2.0, het nieuwe communiceren zullen we het maar even noemen, gaat uit van user-generated content. Dit lijkt toch behoorlijk goed te werken als we kijken naar websites als Wikipedia en YouTube. Steeds meer mensen gaan dan ook het gemak inzien van “even op YouTube opzoeken. Oh dan maak ik meteen wel een account aan… en ik kan vrienden uitnodigen… en verbinden met Facebook… en meer.” De eenvoud van het opzoeken van materiaal hangt nauw samen met die van het plaatsen van materiaal. En als je deze combineert heb je een samenwerking.

Neem SharePoint als voorbeeld. Dit is een online dienst die al jaren word geleverd. Documenten die ik maak kan ik uploaden, deze url kan ik delen en anderen kunnen dit document weer downloaden. Zij passen het document aan, uploaden het weer enz. enz. Een nieuwe webapplicatie met precies dit principe, samenwerking, is Google+ (Google Plus). Google+ maakt het niet alleen mogelijk om documenten te delen, maar combineert dit met het gemak van de hedendaagse social media. Zo kunnen documenten van Google Docs worden benaderd, maar ook worden becommentarieerd, bewerkt en opnieuw gedeeld. En het mooiste is, dit alles gebeurt, als je wil, helemaal realtime. Een document wordt onderdeel van een groter geheel, de samenwerking. Naast dit document kunnen foto’s, video’s en berichtjes worden geplaatst. De werkgroep verplaatst zich van “online delen” naar “online werken” en dit schept enorme mogelijkheden.

Aangezien ik toch lekker online kan werken, kan ik dit doen op kantoor, onderweg naar het kantoor, onderweg naar het vliegveld, op vakantie in dubai… overal waar ik internettoegang heb. Of ik nu vanaf een desktop, tablet of smartphone aan de gang wil, mijn “virtuele” project is overal te benaderen via een interface die geoptimaliseerd is voor het apparaat waarop ik werk. En dat allemaal zonder afbreuk te doen aan de functionaliteiten en de workflow.

Ik ben druk aan het werk, inspiratie opdoen, allerlei documenten delen en die ga ik nu printen dus.... ik druk op print? Nee. Ik download het bestand, moet het openen, driver instellen, afdrukken, naar de printer lopen om de print te halen… En ik had nog wel zo’n mooie workflow. Gebruik ik Google Chrome dan kan ik nog enigszins mijn browser blijven gebruiken, maar als ik in de lounge op mijn werk zit te werken op mijn iPad moet ik al een computer zoeken om mijn document uit de printer te laten rollen. Volgens mij kan dit makkelijker…

dinsdag 20 september 2011

Yes, ik heb stalkers. En ik 'like' het.



Nederland is gek op social media (Bron: hi-re.nl bit.ly/lhwgbd). Begrijpelijk, fascinerend wereldje is dat. Maar hoeveel mensen zouden ook daadwerkelijk weten wat social media nou eigenlijk is? Of beter gezegd, zijn. Als ik zeg ‘social media’, dan zeg jij? Twitter? Facebook? YouTube? Wikipedia?


Sinds een aantal jaar ben ik, mede dankzij mijn opleiding, bezig met social media (dat ik zelf het liefste ‘nieuwe media’ noem) en webontwikkeling. Fenomenen als twitter heb ik zien opgroeien, ook toen het besef van de impact die het zou hebben nog niet zo aanwezig was. Ik ben me eigenlijk pas actief met nieuwe media gaan bemoeien toen steeds meer mensen erover in discussie gingen. Mijn beginpunt was twitter (hyves zie ik zelf meer als een dieptepunt) omdat hier het felste op werd gereageerd. Het antwoord dat ik namelijk geregeld kreeg op de vraag of hij/zij actief is op twitter was: “Nee, ik hoef niet van iedereen te weten dat hij nu naar de wc gaat.”


Ik noem het onwetendheid. Een mening vormen op basis van vernomen stereotypen in plaats van op eigen beleving. Persoonlijk vind ik twitter nog steeds een waardevolle informatiebron. Mensen schrijven weliswaar veel wat niet per definitie iets toevoegt aan je leven, maar je leest het toch en als het je niet boeit, scroll je gewoon verder.


Een groot voordeel van social media vind ik de toegankelijkheid en de grote mate van implementatie tegenwoordig. Iedere zichzelf respecterende (nieuws)site heeft tegenwoordig op z’n minst nagedacht over een social media strategie en veelal hebben ze deze al doorgevoerd door een like- of tweet-button bij de artikeltjes te plaatsen.


Om mijn visie wat te versterken, neem ik twitter even als uitgangspunt. Dit omdat ik er zelf erg actief op ben maar ook omdat het concept achter twitter naar mijn mening simpel en krachtig genoeg is om vrijwel direct te begrijpen. Vandaar hier een kleine “twitter 1-0-1”.


 Ik ben een persoon en ik maak een account aan. Dit is de simpele stap van een gebruikersnaam en een wachtwoord verzinnen. Als ik dit heb gedaan, kan ik beginnen met het delen van mijn leven in kleine, hapklare brokjes van maximaal 140 tekens. Ik lees een tweet (een berichtje) en denk bij mezelf: “hmmm… interessant persoon.” En iets waarvoor ik in het dagelijks leven op z’n minst een flinke taakstraf krijg, doe ik op twitter met een druk op de knop: ik ga die persoon followen (volgen, je krijgt dan al zijn berichten automatisch op jouw hoofdpagina). Hiervan krijgt die persoon een melding en mocht jij enigszins interessante informatie delen, dan is de kans groot dat hij je terug volgt. Proficiat, je eerste volger follower. Stel nou, je vond het bericht dat die persoon heeft geplaatst zo interessant, dat jij dat eigenlijk ook aan jouw volgers wil meedelen. Dan doe je dit over het algemeen door het bericht te retweeten (het quoten van een tweet van iemand anders). Het voordeel hiervan is dat de tweet uit naam van de originele auteur word geplaatst (met ‘geretweet door jou’ erachter). Hierdoor komen interessante personen ook in het daglicht van jouw followers. En dan gaat het balletje rollen..


Dit concept lijkt heel primitief en… ja dat is het ook. Het grote verschil met onze traditionele vorm van communiceren (bij sommigen van ons nog bekend: praten) is dat ik niet om informatie hoef te vragen, het word gedeeld. En alles dat iedereen zegt krijg ik vanzelf te zien. Blijkt een persoon nou toch niet zo interessant als het leek, dan stop ik gewoon met volgen. Zo eenvoudig is het.


Dit simpele concept heeft in een hele korte tijd een enorme hoeveelheid mensen bereikt en als je het door hebt, is dat best logisch. Ook in de media (denk aan bijvoorbeeld nieuwssites) is het een interessant medium, alleen al omdat het gratis is.


Stel je dit voor: Ik plaats een artikel. De doelgroep daarvan is 100 mensen. Één van die mensen tweet dit artikel naar 150 volgers (waarvan ik het merendeel waarschijnlijk niet eens ken) door op de ‘tweet-knop’ te klikken die ik voor het gemak onder mijn arikel heb staan. Hier hoeft maar één volger tussen te zitten die dit arikel retweet en ik heb met mijn artikel, zonder dat ik iets heb hoeven doen, veel meer mensen bereikt dan ik origineel had verwacht.


Dit is één voorbeeld, uit duizenden. Op de raarste plekken kom je tegenwoordig social media tegen. Bekijk voor jezelf wat nuttig is en ga gewoon eens proberen. Let wel op: wat je eenmaal hebt geplaatst, of het nu tekst is of een video, is vereeuwigd op het internet!