woensdag 5 oktober 2011

Horen, zien en spreken.


“Speel nummers van Nirvana af…… Nick bellen, mobiel.” Dat gebeurt me nou zo vaak. Fijn hoor, stembediening op de iPhone. Een beetje wind of niet precies in de microfoon spreken is vaak al voldoende om je mobiele vriend iets heel anders te laten verstaan, met alle gevolgen van dien.

Ik vraag me dan ook af, luistert Tim Cook geen Nirvana of maakt hij helemaal geen gebruik van stembediening dat het zo lang heeft moeten duren tot Apple dacht: “Dit gaan we beter doen.”

Gelukkig doet Apple het wel in één keer een heel stuk beter en zet samen met de iPhone 4S ook Siri op de markt, als onderdeel van iOS 5. Siri is in tegenstelling tot traditionele spraakherkenning een vorm van kunstmatige intelligentie die spraakcommando’s kan herkennen. Het schijnt zelfs zo te zijn dat je tegen je iPhone kan praten alsof je het tegen derden hebt. Spraakcommando’s krijgen met mogelijkheden als “do i need an umbrella today?” wel een heel andere betekenis.

Siri leert van de gebruiker, herkent patronen en zal dus steeds intelligenter worden. Mijn mening: de toekomst van de user-interface is vanaf dit moment niet meer te voorspellen. Blijven we lekker touchscreen-en of vormen we langzamerhand zo’n vertrouwensband met ons mobiele maatje dat we straks niet eens meer nadenken over de interactie…