“Speel nummers van Nirvana
af…… Nick bellen, mobiel.” Dat gebeurt me nou zo vaak. Fijn hoor, stembediening
op de iPhone. Een beetje wind of niet precies in de microfoon spreken is vaak
al voldoende om je mobiele vriend iets heel anders te laten verstaan, met alle
gevolgen van dien.
Ik vraag me dan ook af,
luistert Tim Cook geen Nirvana of maakt hij helemaal geen gebruik van
stembediening dat het zo lang heeft moeten duren tot Apple dacht: “Dit gaan we beter
doen.”
Gelukkig doet Apple het
wel in één keer een heel stuk beter en zet samen met de iPhone 4S ook
Siri op de markt, als onderdeel van iOS 5. Siri is in tegenstelling tot traditionele spraakherkenning
een vorm van kunstmatige intelligentie die spraakcommando’s kan herkennen. Het
schijnt zelfs zo te zijn dat je tegen je iPhone kan praten alsof je het tegen
derden hebt. Spraakcommando’s krijgen met mogelijkheden als “do i need an
umbrella today?” wel een heel andere betekenis.
Siri leert van de
gebruiker, herkent patronen en zal dus steeds intelligenter worden. Mijn
mening: de toekomst van de user-interface is vanaf dit moment niet meer te
voorspellen. Blijven we lekker touchscreen-en of vormen we langzamerhand zo’n
vertrouwensband met ons mobiele maatje dat we straks niet eens meer nadenken
over de interactie…